
1 april 2026

Chauffeur mag vrachtwagen vasthouden bij forse loonachterstand


1 april 2026

Chauffeur mag vrachtwagen vasthouden bij forse loonachterstand

Een werknemer is maandenlang als vrachtwagenchauffeur onderweg, maar ontvangt geen loon. Volgens deze uitspraak van de rechtbank Overijssel mocht de werknemer de vrachtauto van zijn werkgever vasthouden totdat zijn achterstallige loon werd betaald.

Een chauffeur uit Tadzjikistan is in dienst bij een transportonderneming uit Litouwen. Hij rijdt langdurig ritten in Nederland, Duitsland en België. Op een dag parkeert hij de vrachtwagen op een parkeerplaats langs de snelweg in Nederland en weigert hij verder te rijden. De man beroept zich op zijn retentierecht: hij bezet de vrachtwagen totdat zijn werkgever hem achterstallig loon uitbetaalt.

Kort geding

De werkgever start een kort geding bij de kantonrechter van de rechtbank Overijssel en eist dat de chauffeur het voertuig afgeeft, op straffe van een dwangsom. De chauffeur eist op zijn beurt achterstallig loon. De kantonrechter is bevoegd omdat beide partijen de Nederlandse rechter als bevoegde rechter hebben aangewezen. De zaak wordt beoordeeld naar Nederlands recht.

Retentie

De kantonrechter stelt allereerst vast dat de werknemer inderdaad een loonvordering op zijn werkgever heeft. Deze bedraagt zo’n € 18.000. Daarmee is voldaan aan het eerste vereiste om een retentierecht te kunnen uitoefenen: een opeisbare vordering.

Voldoende samenhang

Daarnaast is volgens de kantonrechter voldaan aan het voor retentie vereiste criterium van ‘voldoende samenhang’. Daarvan is sprake als er een samenhang is tussen de verbintenissen en de opschorting proportioneel is. Zowel de loonverplichting van de werkgever als de verplichting tot teruggave van de vrachtwagen vloeien voort uit dezelfde arbeidsrelatie, waardoor er voldoende samenhang is tussen die twee verbintenissen.

Proportionaliteit

Ook van voldoende proportionaliteit is sprake. Hoewel de vrachtwagen meer waard is dan de loonvordering, heeft de chauffeur feitelijk geen ander effectief drukmiddel. Dat de werkgever schade stelt te lijden door het stilstaande voertuig, wordt bovendien onvoldoende concreet onderbouwd. Daarmee is het retentierecht in dit geval een rechtsgeldig middel om betaling af te dwingen. De vordering van de werkgever wordt afgewezen en die van de chauffeur toegewezen.

ECLI:NL:RBOVE:2026:1334

Bron:Rechtbank Overijssel | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOVE:2026:1334 | 12-03-2026

Ontvang de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de wetgeving, nuttige tips en gedetailleerde handleidingen die u kunnen helpen bij het navigeren door uw juridische vraagstukken.

recente Blogs en actualiteiten

Bewuste roekeloosheid maaltijdbezorger niet vastgesteld

Bewuste roekeloosheid maaltijdbezorger niet vastgesteld

Een maaltijdbezorger wordt door een bestelbus aangereden. Hoewel de kantonrechter de werkgever aansprakelijk houdt voor de schade, krijgt de bezorger in deze procedure niets.

Een maaltijdbezorger raakt betrokken bij een verkeersongeval. Vanaf een

Lees meer
Werkgever aansprakelijk na val met bezorgscooter

Werkgever aansprakelijk na val met bezorgscooter

Een 16-jarige maaltijdbezorger raakt tijdens zijn werk betrokken bij een ernstig scooterongeluk. Hij loopt letsel op en wordt tien dagen in het ziekenhuis opgenomen. Zijn werkgever vindt dat hij het ongeluk zelf heeft veroorzaakt. Toch oordeelt de

Lees meer
Vertrouwensbreuk door zwaar te sporten na ziekmelding

Vertrouwensbreuk door zwaar te sporten na ziekmelding

Een vrouw is door privéomstandigheden vaak afwezig van haar werk. Als zij ook nog eens meedoet aan een zware sportcompetitie terwijl ze door een ziekte heel snel vermoeid is, is de maat vol voor de werkgever. Het ontslag op staande voet houdt

Lees meer